De meest gestelde vragen

Leerlingen worden al op jonge leeftijd geselecteerd voor een schoolsoort van het voortgezet onderwijs. Deze vroege selectie leidt tot ongelijke onderwijskansen. Leerlingen met dezelfde cognitieve capaciteiten, maar met verschillende achtergronden, komen niet op hetzelfde onderwijsniveau terecht. Hierdoor volgen veel leerlingen voortgezet onderwijs dat niet past bij wat zij in hun mars hebben of vallen zij langdurig uit.Door de ‘smallere’ niveau-brugklassen is het ook steeds moeilijker geworden om wel op de goede plek te komen door te ‘switchen’ of te ‘stapelen’. Het vroege selectiemoment heeft daarmee grote gevolgen, wat veel druk geeft bij leerlingen en hun ouders. Bovendien ontmoeten jongeren met verschillende achtergronden elkaar niet meer op school: ze zitten van elkaar gescheiden in hun eigen bubbel.Het Martin Buber sluit daarom de selectie uit tot na een brede driejarige brugperiode. Zodat alle leerlingen de kans, tijd en de gelegenheid hebben zich te ontwikkelen en te ontdekken welk soort onderwijs zij het beste kunnen volgen na de brugperiode. Dat geldt voor zowel de meer begaafde, vroegrijpe en snel lerende kinderen, als de minder vlot of goed lerende jongeren en de laatbloeiers.Aan het einde van de brugperiode volgt de overgang naar een mavo-havo-vwo stroom.Maar daarnaast biedt Het Martin Buber ook onderwijs flexibel onderwijs op maat, dat recht doet aan verschillen tussen leerlingen.Dat betekent dat leerlingen onderwijs kunnen volgen op verschillende niveaus in wisselende groepen, met de verrijking, verdieping en extra begeleiding die zij nodig hebben; we bieden zowel extra ondersteuning óf extra uitdaging wanneer nodig.Door de het onderzoeken en ervaren in de middagen, weten de leerlingen waarom ze bepaalde dingen moeten kennen & kunnen. Maar we sluiten hiermee ook aan op manier waarop alle leerlingen leren en ook beter begrijpen en onthouden.Kortom, Het Martin Buber ondersteunt een positieve ontwikkeling van elk kind!

Op Het Martin Buber mag iedereen zijn wie hij is en wordt iedereen gezien. Dit betekent dat pestgedrag niet wordt getolereerd. We zijn een kleinschalige en veilige school en zetten proactief in op preventie. Wanneer er dingen waargenomen worden, benoemen we dit en pakken we dit aan. In het geval dat we pestgedrag waarnemen, gaan we meteen met ‘gepeste en pester’ in gesprek en zetten we in op het oplossen van de oorzaak. Ook ouders worden in een vroeg stadium hierbij betrokken.Uiteraard hebben we ook een pestprotocol. Echter in onze visie zijn we te laat wanneer een pestprotocol in werking moet worden gesteld. Veiligheid betekent voor ons actief en proactief in gezamenlijke verantwoordelijkheid handelen. Samen zijn we Het Martin Buber.

Zoals bekend is er plaats voor 180 leerlingen en zijn alle leerlingen welkom. Dus ook leerlingen van buiten Kerkrade. Wanneer u voornemens bent om uw kind in de derde week van maart 2024 aan te melden, verzoeken we u om nu alvast uw interesse kenbaar te maken, dat kan via het interesseformulier.Er wordt dan  op korte termijn telefonisch contact met u opgenomen.Heeft u behoefte aan een persoonlijk gesprek met één van onze docenten? Dan kunt u hier een afspraak inplannen.

De docenten zijn expert in hun eigen vakgebied en pedagogisch bekwaam. Ze zijn enthousiast over hun vak en laten de kennis tot leven komen. Ze zijn breed betrokken bij het welzijn van de leerlingen en sluiten aan op de leerbehoeften van de leerlingen. De docenten werken samen om verbinding te leggen tussen de verschillende vakken en de theorie en toepassing. Zo krijgt de leerling een samenhangend beeld van het geleerde.De docenten zorgen dus voor verbinding en communiceren voortdurend met elkaar, ze vullen elkaar aan, net zoals leerlingen elkaar zullen aanvullen. De docenten zijn vakdocent en coach. Iedere vakdocent is coach van zijn of haar eigen stamgroep. De coach én de docenten kennen iedere leerling en weten wat er speelt. De docenten faciliteren groei door leren te koppelen aan interesse, talenten en behoeftes van leerlingen.

De leerlingen krijgen een (gratis) laptop van school. Aangezien de maatschappij steeds meer aan het digitaliseren is, leren we de leerlingen leren om hiermee om te gaan. De laptop biedt toegang tot alle informatie. De leerlingen leren wat goede bronnen zijn en hoe ze die kunnen inzetten.De leerlingen krijgen toegang tot een leeromgeving waarin de theorie en opdrachten zijn verwerkt en hebben zo al het nodige materiaal op één device. De docenten hebben op deze manier ook zicht op de voortgang van de leerling en kan er op tijd bijgestuurd worden waar nodig. Daarnaast wordt er ook gewerkt met uitgeprint lesmateriaal. 

We brengen de ontwikkeling en voortgang van de leerlingen in beeld via het platform RTTI-online. Hierin wordt de ontwikkeling van elke leerling overzichtelijk, persoonlijk en gedetailleerd in kaart gebracht; er wordt weergegeven hoe een leerling de lesstof verwerkt en scoort bij voortgangsevaluaties op Reproductie, Toepassing, Transfer en Inzicht. Daarnaast wordt het ondersteunend gedrag op basis van OMZA (Organisatie, Meedoen, Zelfvertrouwen en Autonomie) in beeld gebracht. Zo wordt de totale ontwikkeling in beeld gebracht en kan er vroegtijdig veel gerichter feedback, feed-up en feed forward gegeven worden en kunnen we samen proactief signaleren en bijsturen. Er wordt per vak, per domein en per vaardigheid in kaart gebracht waar een leerling op dat moment staat. Er is dus continu zicht op de voortgang en ontwikkeling van de leerling.

Als leerling zit je in een stamgroep van maximaal 18 leerlingen.  Je start in deze stamgroep in het eerste jaar. Je hebt een coach die je begeleidt en waarbij je altijd terecht kan. Deze stamgroep blijft gedurende de onderbouw jouw stamgroep met dezelfde coach. Je groeit dus als het ware met elkaar mee. Je kent iedereen goed en de coach heeft een goed zicht op je ontwikkeling al vanaf de dag dat je binnenkomt op school.De stamgroepen zijn heterogeen samengesteld. Dat wil zeggen dat de leerlingen niet zijn ingedeeld op basis van hun adviesniveau waarmee ze de school binnenkomen. Op deze manier leren leerlingen het meest van elkaar. Ze leren van elkaars vaardigheden, talenten en sterke kanten, door samen te werken, elkaar te helpen en feedback te geven leren de leerlingen van elkaar. We sluiten bij iedere leerling aan op het instroomadvies en dagen elke leerling uit op het hoogst haalbare niveau. Zitten blijven kan op Het Martin Buber niet en ook afstromen naar een ander niveau willen we voorkomen.Iedere leerling volgt zijn eigen leerlijn. Aangezien we gebruik maken van heterogene groepen, krijgt iedereen alle leerdoelen vwo. In de ochtend en in de middag is er ruimte voor extra ondersteuning of verdieping. Alle vakken kunnen op een passend niveau gevolgd worden en ook afgesloten worden. Zo kan er ingespeeld worden op de talenten en interesses van leerlingen per vakgebied. Zo kan er examen gedaan worden in Duits op vwo-niveau en natuurkunde op havo-niveau.

In de ochtend wordt er geleerd in het schoolgebouw aan de Marktstraat 6 te Kerkrade. De leerlingen krijgen in kleine groepjes instructies van de vakdocenten en gaan vervolgens individueel, in tweetallen of in groepjes aan de slag. De leerlingen werken op leerpleinen. Een leerplein is een grote ruimte die multifunctioneel is ingericht. Meerdere groepen kunnen aan de slag op één leerplein. Er zijn altijd meerdere vakdocenten aanwezig op een leerplein, waardoor er meerdere vakexperts hulp kunnen bieden aan de leerlingen. De ruimtes zijn zo vormgegeven dat het mogelijk is om alleen in stilte te werken, om in kleine of grote groepjes samen te werken en het biedt de mogelijkheid om met een grote groep samen te zitten. Zo ontstaat er een ruimte met veel meer verschillende mogelijkheden dan een klaslokaal te bieden heeft.In de middag gaan de leerlingen aan de slag op verschillende plekken in de stad. De leerlingen gaan niet alleen aan de slag met theorie, maar ook met het beleven van de geleerde theorie. De leerlingen gaan op meerdere plekken binnen Kerkrade de geleerde theorie koppelen aan het dagelijks leven. Ze gaan beleven wat ze leren door het ook echt te doen. Dat gebeurt bij hotspots in verschillende wijken van de stad, bijvoorbeeld op het gebied van sport, toneel, zorg en welzijn, natuur, techniek of muziek.

Er wordt zeker getoetst, maar vooral om ervan te leren. De leerlingen worden formatief getoetst. Dat wil zeggen toetsen om de voortgang en de ontwikkeling van leerlingen in kaart te brengen; waar de leerling staat en waaraan hij nog moet werken. Er wordt dus regelmatig formatief getoetst om de voortgang en het leerproces te analyseren. De docenten geven gericht feedback, feed-up en feedforward. De coach analyseert de gegevens en overlegt met de vakdocenten. Er is sprake van volledige transparantie naar leerlingen en ouders toe. De leerling heeft goed zicht op zijn eigen ontwikkeling en wordt hierdoor autonoom over zijn eigen leerproces. Tussentijds wordt er ook diagnostisch getoetst. Hiermee worden de leerbehoeften van leerlingen geïdentificeerd, om gericht de ontwikkeling van de leerling te stimuleren.

De coach start iedere dag om 8.30 uur met de stamgroep bestaande uit 18 leerlingen.​ Er wordt door de coach en leerlingen een plan van aanpak samengesteld. De leerlingen gaan vervolgens tot 12.00 uur aan de slag op de leerpleinen. Hier wordt instructie gegeven, individueel gewerkt en samengewerkt.Om 12.00 uur gaan we gezamenlijk lunchen en is er tijd voor ontspanning.Vanaf 13.00 uur gaan de leerlingen aan de slag bij de hotspots in de stad. De verbinding wordt nu gelegd met het geleerde en de leerlingen gaan onderzoeken, ontdekken, samenwerken en beleven. Talenten en interesses worden ontdekt en de theorie wordt gekoppeld aan onderzoek.Van 16.00 uur tot 17.00 uur is er ruimte voor extra ondersteuning als daar behoefte aan is. De leerlingen krijgen géén huiswerk. Alle verwerking vindt plaats binnen de schooltijd.